De 400 van Boekelo

Onder grote belangstelling vertrokken 11 renners voor de 400 tocht!

Jawel, onder grote belangstelling! Zo mag je het wel noemen wanneer op een zwoele zomeravond een heel terras leeg stroomt om je aan te moedigen bij het vertrek. Voorafgaand aan deze rit was er belangstelling van een journalist van Tubantia/Twentsche Courant voor de 400 van Boekelo. Hij had een stukje in de krant geschreven als aankondiging en was bij de start aanwezig met een fotograaf. En in de maandageditie stond dan ook een leuk stukje over de 400 van Boekelo met een foto van de start. Onder aan dit schrijven staan de twee krantenartikelen met zoals gebruikelijk bij deze tochten schrijver dezes in het blauw van Agis.

Zoals gezegd 11 vertrekkers, 3 in een Quest, één ligfietser en zeven op een 'normale' fiets. Normaliter zien wij de Questen niet meer terug, deze zijn gewoon sneller dan een 'normale' fiets. Des te beter is onze prestatie wanneer na aankomst blijkt dat er slechts één Quest voor ons is geëindigd.

De drie Questen waren na de start al gauw uit het zicht verdwenen en wij gingen met zeven man sterk in een groepje los. Tot aan de eerste controle post ( na 42 km in Neuenhaus bij een pizzeria waarvan de eigenaar vrolijk bleef zonder enige klandizie van onze zijde) bleven we bij elkaar, daarna is op gegeven moment Jan Wissink in eigen tempo verder gegaan. Bij de controle in  Neuenhaus  hebben we even gestaan omdat sommigen zich hier al wat meer kleding voor de nacht aantrokken. De verlichting werd aangesloten en daarna weer op pad. Nog onderweg één sanitaire stop waarbij de rest ook wat warmere kleding aantrok en zo op naar de tweede controle in Vechta. Deze lag op precies 150 km. en dat het hard was gegaan bleek wel want ondanks de twee korte stops hadden we deze afstand afgelegd in precies 5 uur, dat gaf toch een gemiddelde van 30 km.

In het donker ging het weer verder. Op mijn fiets had ik dezelfde accu voor mijn verlichting als bij de 600 van Merselo. Mijn bedoeling was om te zien of ik twee nachten met dezelfde accu zou kunnen doen. Dit bleek niet het geval te zijn en zo moest ik op gegeven moment wanneer ik niet op kop reed mijn voorverlichting uit doen om de accu te sparen. Dit kon gemakkelijk doordat het een heldere nacht was en ik met de verlichting van de voor mij rijdende fietsers genoeg zicht had. Wel viel het mij op dat wanneer ik mijn verlichting aandeed, op de kleinste stand, dit verreweg de beste verlichting was. Inmiddels had ook de zesde man, Frans ? , besloten om in eigen tempo verder te gaan en reden wij zodoende nog met vijf man en wij zouden dit ook vrijwel de verdere rit doen. De anderen waren Gerard van Heel, Frank Simons, Wijnand Schee en 'Het Monster' uit Monster. Zijn naam ken ik nog niet, maar het was de jongste van het hele stel, (begin dertig?) en dat was te merken.
Zelf heb ik geprobeerd om vooral in het eerste gedeelte mijn kopwerk goed te doen en een stevig tempo aan te houden. Ik wilde mij niet sparen en zien hoe ver ik kwam. Dit alles vooral omdat dit mijn laatste grote training voor Canada was en hier nog even alles uit de kast moest worden gehaald. Dit werkte want aan het einde van de tocht was de snit er wel af.

Inmiddels reden wij dan al een paar uur in het donker. zoals gezegd een heldere nacht met een vrijwel volle maan. Vooral in het begin was dit een heel mooie oranje gekleurde bol die allengs meer geel kleurde. Op zich was de rit vrij makkelijk. Ik had mij meer van de hoogtemeters voor gesteld, maar deze betroffen vooral enkel viaducten en wat opgehoeste bulten.  Zo rond kilometer 200 hebben wij dan een tweetal wat zwaardere klimstukken, hoewel je van echt klimmen niet kunt spreken. Maar ik verteer deze prima hoewel bij één klimstuk om de honderd meter lichte drempels in het wegdek liggen en ik daar telkens achteruit stuit. Maar ik kan rederlijk goed met onze jonge vriend mee. Dit is in de aanloop naar de derde controle welke in Melle is. In het voorbijgaan heb ik gemerkt dat hier een mooi groot huis (Kasteel ?) staat en ook de aankondiging van een automuseum gezien. De moeite waard om nog eens naar terug te gaan, want er stonden ook regelmatig fietsbordjes, zowel in rood als in groen. In Melle heb ik wel mijn reserve accu aangesloten, zodat ik weer volledig op mijn voorlicht kon vertrouwen.

De volgende stop was in Oelde, inmiddels een welbekend tankstation dat wij al bij meerdere brevetten, zowel vanuit Lonneker, Lohne als uit Zwolle hebben aan gedaan. Het was bij elk controlepunt nu wel een wat langere pauze, met een kop koffie, broodje etc. Licht was het inmiddels ook weer geworden, dat maakte het zien onderweg ook weer wat makkelijker. Slechts één hert onderweg gezien en dat was nog een dode ook. Deze was waarschijnlijk aangereden.
Op 335 kilometer was er dan een voorlaatste controle. Dit betrof een vrije controle in Buldern, maar toen wij arriveerden was de aangeduide bakker al open en hebben wij een heerlijk vers broodje met koffie genomen. Eerlijkheidhalve moet ik opmerken dat ik op dit laatste gedeelte mijn beurt nog al eens voorbij liet gaan. Terwijl ik echt niet kon zeggen dat ik kapot zat, maar het waren momenten dat ik er geen zin in had. Ik had zo iets van 'waar doe ik het voor' en wat is hier nou leuk aan'? Het was dat ik niet wist hoe ik via een kleinere route terug naar Boekelo kon fietsen en maar achter de GPS-en van de overigen aanreed, maar anders dan was ik waarschijnlijk omgekeerd. Voor mijn gevoel zit het met de conditie goed voor Canada en was deze rit eigenlijk niet nodig geweest. Maar goed, toch dat laatste stuk nog maar. En eigenlijk gebeurde hier nog het meest memorabele. We hadden inmiddels al wel bijna 15 kilometer weer afgelegd toen Frank tegen Gerard opmerkte 'Jij had toch een rugzak?'. En ja, iedereen stoppen, Gerard met veel ongeloof op zijn gezicht en toen drong het door 'De rugzak ligt nog in Buldern! Opeens een glimp van berusting op Gerards gezicht en deze reed naar de overkant van de straat en begon aan de terugtocht naar Buldern. Op dat moment had ik niet de moed om met hem mee terug te gaan. Zo draaiden we met zijn vieren het laatste gedeelte naar Boeleklo. Nog één ding te melden, we waren net een grotere weg overgestoken toen een regenbui losbarstte waarbij de eerste helft een openstaande loods inreed en Frank en ik een openstaande garage. Dit zorgde er voor dat wij zo nog redelijk droog bleven. Honderd meter cerder en wij waren doorweekt geweest. Toen wij onze weg weer vervolgden voelde het opspattend water gewoon warm aan.

Nog een kleine misvatting in de laatste paar kilometer van de tocht waardoor de groep gesplitst werd en wij twee aan twee aankwamen bij de eindcontrole. Het mocht de pret niet drukken. Aankomsttijd was net voor één uur. Een mooie tocht, de tocht mag van mij wel iets zwaarder. Aan de andere kant een pluim voor de jonge organisatie. Goed dat er ook jongeren zijn die iets dergelijks op touw durven zetten.


400vrijdag06072012tubantia

 

boekelo 400

Laatst aangepast (dinsdag 10 juli 2012 21:02)