Rocky Mountain 1200 verslag

Kamloops; zondagavond 22 juli 2012 22.00 uur Canadese tijd!

Op dit tijdstip gutst de regen uit de lucht en met de weersverwachting voor de komende dagen in mijn gedachten, denk ik terug aan één van de laatste mails die ik uit Canada heb ontvangen. "U dient rekening te houden met temperaturen van overdag 40 en 's nachts 5 graden Celsius. Er was niet gesproken over regen!

Terwijl iemand van de organisatie hardop in de stromende regen nog wat dringende zaken voor de rijders op noemt en de resterende tijd afroept, neem ik nog even de tijd om voor mijn eigen fotograaf te poseren.Terwijl de start plaats vindt ben ik nog aan het poseren waardoor ik als één van de laatste weg rijd. Dat is niet erg, zo heb ik veel achterlichten voor mij en kan ik de eerste kilometers in ieder geval de weg niet kwijt raken.

p1000461
opgeruimd voor de start

Het gaat direct al licht omhoog en een paar rotondes en verkeerslichten verder ligt alles al uit elkaar. Door het licht oplopen van de weg kun je in ieder geval ver vooruit kijken en zo kun je dan zien wat er allemaal al voor je uitrijdt.

Ik sluit aan bij een groepje. We rijden enkele anderen voorbij en wanneer een rijder ons in een strak tempo voorbij komt, dan zie ik dat de eerste van de groep een poging doet om aan te sluiten. Dit lukt niet direct waarop men de passeerder laat gaan. Ik wil toch wel mijn neus aan het venster steken en maak de overstap. Vrij gemakkelijk rijd ik het gat van ondertussen een meter of vijftig dicht. De Canadees, ik zie het aan zijn fietsjack, rijdt in stevig tempo door. Tegen de wind in. Wij gaan verschillende rijders voorbij en ik zie op gegeven moment heel in de verte nog maar enkele lichtjes. Maar we rijden maar met zijn tweeën en dat lijkt mij niet.

Wanneer ik op kop kom en zo een minuut of tien zit te beulen, denk ik 'Dit gaat het niet worden'. Op deze manier houd ik het niet de hele 1200 vol en het is ook niet mijn bedoeling om nu al zo tekeer te gaan. Wanneer hij weer de kop overneemt, laat ik hem gaan en ga rustig fietsen zodat achteropkomers mij kunnen inhalen. Gek genoeg duurt dit al behoorlijk lang. We zijn waarschijnlijk op de volgenden toch al behoorlijk uit gelopen.

Ik kijk een paar keer om en zie eindelijk de lichten dichterbij komen. Eindelijk hoor ik 'This is a train!" Een man of tien passeert mij en ik kan makkelijk aansluiten. Zij rijden een fijn tempo dat ik goed kan volgen en waarbij ik ook geen problemen heb bij het op kop komen. Wanneer we weer eens een helling afsuizen, komt een Duitser voor mij in de problemen. Hij heeft een licht verzet en schakelt niet op en wordt er zo afgereden. Hij heeft waarschijnlijk al niet lekker gezeten want anders dan schakel je op zo'n moment toch bij. Op gegeven moment fladderen er nog een paar af en gaan we met zes man verder. Dan is er een plaspauze, drie man waaronder ik rijden zachtjes door, drie anderen gaan aan de kant van de weg. Maar hoe lang we ook wachten, ze komen er niet meer aan. Dus maar door met drie. Tot ik opeens alleen rijd. Dit is niet de bedoeling. Zeker nu nog niet. Maar er staat iemand aan de kant van de weg en die komt mij gezelschap houden. Wanneer er dan aan de overkant van de weg nog iemand aan komt die aansluit, rijden we weer met drie man. Het is nu nog zo'n dertig kilometer naar Clearwater, de eerste controle. Op één van de vele hellingen raken we weer iemand kwijt, maar samen rijden we toch een lekker tempo. Het regent nog steeds en er staat veel wind. Dat maakt die hellingen ook wel een stuk zwaarder. Dan ben ik op één van die vele hellingen weer alleen. Ik besluit boven te stoppen en te wachten op de andere fietser. Maar wie er ook komt, geen fietser. Dan maar in mijn eentje verder. Nog een helling met boven een brug en wanneer ik daar overheen ben zie ik het restaurant waar de controle zich bevindt.

Wanneer ik binnen stap word ik ik door de vrijwilligerster in het Hollands begroet. "Hoi, ik had je nog lang niet verwacht, je bent de vijfde". Dit laatste had ik weer niet verwacht. Voor mijn gevoel reed er nog een grote groep voor mij uit. Maar het is Ada die hier als vrijwilliger in de catering aanwezig is. Zo heeft zij ook voeling met de tocht en kan zij het ook wat van nabij mee maken. Ik houd een wat lange stop. Er is veel voedsel in allersei soorten en maten aanwezig. Echt een heel goede verzorging. Je kunt nemen wat je wilt en dat gaat er ook prima in. Ik zit nog met de fietser waar ik in het begin zo veel mee heb gereden en Henk, een Canadese Nederlander. Wanneer zij weer vertrekken (het zijn clubgenoten) ga ik met hen mee.

c clearwater klein

De crew van Clearwater   ...., Cindy, Ada en Gail

Ik kom direct voor een zware inspanning te staan. Ik was mijn bril kwijt en toen ik die weer had terug gevonden waren zij al een stukje op weg. En het ging direct behoorlijk zwaar omhoog. Ik heb het gaatje bewust laten groeien en ben pas in de afdaling weer bij hen gaan aansluiten. Het regende nog steeds en de wind blies nog steeds behoorlijk op kop. Ik moet bekennen dat ik in die fase niet veel op kop ben gekomen. De Canadees nam bijna alles voor zijn rekening en Henk en ik deden sarmen nog niet de helft. Ik vond het ook mooi om zo de nacht door te komen, maar had wel in de gaten dat wanneer ik zo door zou fietsen, ik weinig tot niets van de omgeving zou zien. Ik moest te veel op het achterwiel voor mij letten zodat er maar weinig over bleef om rond te kijken. Niet dat er al veel te zien was, maar ik wilde toch proberen om van de omgeving te genieten.

Wij waren nu op weg naar Blue River, de tweede controlepost. In het schemer van de ochtend hoorde ik steeds een rivier naast mij. Dan weer heftig, dan rustig. Af en toe had ik er al een beetje zicht op. En wat leuk was. Je hoorde soms een trein passeren. Deze zijn zo lang dat wanneer je voor een overweg moet wachten je gewoon een minuut of acht daar voor uit moet trekken. De treinen reden meestal in dezelfde richting. Niet veel harder dan wij dus dat geratel had je heel lang naast je, zonder dat je de trein zag. En dan af en toe een getoeter. In mijn verbeelding moest de machinist dan wild van de baan af toeteren.
Met mijn mede fietsers spreek ik af dat wanneer het ochtendlicht zich meldt ik in mijn eentje verder ga. Ik leg uit dat het voor mij niet belangrijk is hoe snel ik fiets, maar wel wat ik allemaal kan zien. Ik verheug mij op de ochtend en het eventuele wild dat ik dan hopelijk te zien zal krijgen.
Bij een stopplaats waar een prachtig uitzicht is op een kolkende rivier, de Thompson River, nemen we afscheid van elkaar. Om na enkele kilometers elkaars pad alweer te kruisen. Ik ga hen voorbij bij een ingelaste plaspauze en dat komt heel goed uit. Zo kan ik hen even later wijzen op een zwarte beer die zich aan de kant van de weg ophoudt. Ik kan mijn ogen eerst niet geloven, maar het is echt waar. Hoop opgericht staat aan de kant van de weg, op een afstand van ongeveer vijftig meter, een grote zwarte beer die naar mij kijkt. Om vervolgens op zijn voorpoten te zakken en in het achterliggende bos te verdwijnen. Gevolgd door twee jongen. De Canadezen moeten lachen wanneer ik hen er op wijs, maar ook zij vonden het toch een leuk gezicht, maar hadden dit al vaker mee gemaakt.

Er is weinig verkeer op de weg en dat maakt wanneer ik weer alleen verder rijd op gegeven moment ik twee lynxen de weg zie oversteken. Even blijven ze nog verbaasd naar mij kijken maar vervolgens verdwijnen ze gauw in het bos. Wanneer ik dan ook nog een drietal herten in de berm zie lopen is mijn eerste ochtend geslaagd. Zeker wat betreft het aanschouwen van wild. In deze fase is het nagenoeg droog alhoewel er nog steeds een fikse wind staat.
Op een parkeerplaats zie ik dan een vrachtauto staan en die vind ik te mooi om zo maar voorbij te fietsen. Ik heb de afgelopen dagen al veel van derze monsters gezien. Extra lang of zelfs voorzien van twee aanhangers. Ze komen je ook met een noodgang voorbij op deze weg zoals ik later regelmatig ondervind. Ik stop even om een foto te nemen.

c onderweg vr

Het zijn reuzen die je onderweg voorbij scheuren en soms een extra douche geven.

Dan gaat de rit weer verder. Nog steeds gaat het steeds langs de rivier. Dan weer dichtbij, dan rijd je er weer boven en zie je de grillige vorm van de rivier. Maar overal is het water wild. Op een lang recht stuk zie ik op gegeven moment Canadese Henk uit de berm oprijzen en op zijn fiets stappen. Hij rijdt ongeveer een honderd meter voor mij uit wanneer opeens bij mij het licht uitgaat. Ik heb nog de kracht om te stoppen en af te stappen om dan naast mijn fiets in een te zakken. 'Dit is niet goed', gaat er door mijn hoofd heen. Ik heb geen idee wat er aan de hand is. Het ging de hele nacht prima, ik rijd mijn eigen tempo. Ik heb ook helemaal niet het gevoel dat ik krachten aan het verspillen ben. Wat is er aan de hand? Ik blijf zo een minuut of tien zitten alvorens er weer twee fietsers aan komen. Zij stoppen en na mijn verhaal aangehoord te hebben zegt de één "Zout tekort, ik al je een zouttabletje geven". Ik denk, die heb ik zelf ook wel, maar ik kan ze nu niet in mijn rugzak vinden. Maar ......, ik heb wel vaker ;last van zouttekort. Ik stam uit de generatie die weinig dronk. Één bidon per wedstrijd, meer moest je niet drinken. Ik moet mij dan ook steeds bij een tocht dwingen om te drinken. Ik denk er gewoon niet aan.
Maar nu? Over het algemeen voel je het direct aan je benen. Je krijgt krampgevoelens en dat is voor mij altijd het teken om een zouttablet te nemen en extra te drinken. Het tabletje neem ik in en ik krijg nog het advies om een kwartier te wachten en dan het weer te proberen. Maar na ampel vijf minuten ben ik al weer zo opgeknapt dat ik weer op de fiets stap. In het begin nog wel afwachtend maar allengs krijg ik wel mijn eigen tempo weer terug.
Binnen een half uur ben ik dan in Blue River waar ik gek genoeg nog steeds bij de eerste tien arriveer.

c blue river kl

Ontbij in Blue River

c blue river kl met henk

Canadese Henk

c blue river fiets klein

En mijn fiets maar wachten in de regen!

Bij Blue River is alles er op gericht om iedereen van een goed ontbijt te voorzien. Ik neem een Canadees ontbijt dat zoals een Engels ontbijt voorziet in bonen en gebakken worst. Ook nu neem ik weer voldoende tijd. Canadese Henk zit er ook nog en hij zegt dat hij er aan kapot was gegaan om zijn clubgenoot te blijven volgen. Wij zullen samen weer verder gaan. Wanneer ik weer voldoende voedsel tot mij heb genomen doe ik mijn jack en shirtje uit. Wat doe je?, vraagt Henk. Ik moet nog even naar het toilet is mijn antwoord. Oh ja, dat moet ik ook nog zegt hij en glipt voor mij het toilet in. Ten eerste houdt hij het toilet lang bezet met zijn aan- en uitkleedpartij op het toilet zelf. Ten tweede zadelt hij mij met een lucht op waardoor ik denk dat hij onderweg een stinkdier heeft overreden. Die lucht schijn je ook lang bij je te houden.
Lang duurt ons samenzijn op de fiets echter ook niet. Henk wil zich, denk ik, binnenkort weer tegenkomen. Hij rijdt mij te hard en ik laat hem lekker schieten. Het regent inmiddels weer pijpestelen en het wordt er niet vrolijker op.

Wanneer ik zo halverwege Blue River en Valemount (de volgende stop) ben voel ik opeens mijn achterband wat wegglijden. De eerste Hollandse woorden die mij te binnen schieten zijn 'GVD. Het zal toch niet!" Maar jawel, ook al heb je nieuwe binnen- en buitenbanden voor de tocht gemonteerd, het is geen garantie. Ik baal als een stekker. Zeiknat en geen mogelijkheid om ergens te schuilen en een nieuwe band in te leggen. Gelukkig ben ik bijna bij de zoveelste kreek en daar is steeds een kleine brede opening. Zo sta ik toch iets van de weg af. Ik heb net mijn achterwiel eruit wanneer er een auto naast mij stopt. Twee man stapt uit en zij vertellen dat zij ook randonneurs zijn en mij wel even helpen. Zij halen de binnenband eruit. Oei, een latex, zegt de één. Ik reik een andere binnenband aan en denk 'Wat een mazzel, ik zie zo tegen het omleggen van de buitenband op. Dit gaat mij steeds slechter af. Maar ook deze mannen gaat het niet makkelijk af. Eén oppert er zelfs al om de bandenlichters erbij te gebruiken, maar de ander wil daar gelukkig niets van weten. Eindelijk ligt de buitenband er ook weer op. Lucht er in pompen en de mannen verdwijnen weer met bedankjes en succes voor mij. Ik pak de rugzak weer in en stap weer op. Nog geen kilometer verder voel ik het al weer, weer lek! Of er zit wat in de band (de mannen hebben deze wel nagekeken) of er zit te weinig lucht in de band en is deze weer kapot gestoten op het slechte wegdek.
Weer aan de kant, nu direct in de berm. Wiel eruit, band er af. Dat gaat nog wel. Ik voel de buitenband helemaal na aan de buiten- en aan de binnenkant. Niets. Dan is of de band er niet goed ingelegd of te zacht geweest. Nieuwe binnenband er in. Dan begint het. Het laatste stukje van de buitenband. Ik heb een hulpstuk, maar met de strakheid van deze band of de omvang van de velg weet deze ook niet goed raad. Het apparaat buigt zo ver door dat ik elk ogenblik bang ben dat deze zal knappen. Hij schiet er ook telkens vanaf. Dan maar weer met de hand rollen. Na een eeuwigheid en bijna opgave lukt het dan toch. Nog een paar keer rollen om de binnenband ook echt naar binnen te krijgen, oppompen weer en daar gaan we weer. Ik haal weer een paar rijders in die mij zijn gepasseerd terwijl ik sta te repareren.

Inmiddels is het weer er echt niet beter op geworden. Af en toe zie ik een flard van de bergrug naast mij. Maar meestal niet. Je weet van de kleine momenten dat daar bergen liggen van boven de 2.000 mtr. maar zien ho maar. Dan komt opeens dat nu bijna vertrouwde gevoel weer, schuiven van achteren. Moedeloos stap ik af en ga in de berm weer band verwisselen. Hetzelfde ritueel weer. Voor de zekerheid haal ik de buitenband er helemaal af en doe deze binnenstebuiten. Zo kan ik beter controleren of er wat in de buitenband zit. Niets, toch twijfel ik. Zal ik er maar een andere buitenband omleggen? Nog eens voelen en dan opeens voel ik een heel klein scherp puntje. Aan de buitenkant niets te zien, maar bij goed buitgen van de band een miniem stukje glas. Ik kan het er niet eens met de hand uit krijgen. Met de tanden lukt het en weer een andere band er in. Mijn laatste. Weer de ellende van de band omleggen. en wanneer ik het op wil geven, lukt het dan toch weer. Ik kan weer verder
Fietsen gaat nog steeds prima. Al gauw heb ik weer mijn eigen ritme en dan loop je weer in op andere fietsers.

c naar valemount kl

Onderweg naar Valemount en nog niet geplaagd door een lekke band

Maar dan, noodlot, weer een lekke band. Weer van achteren. Ik heb geen reserevebandjes meer. Dus het wordt plakken. Ik heb inmiddels zulke koude handen en het regent verschrikkleijk. Dat zal wat worden. Ik heb mijn spulletjes klaar liggen om een band te gaan plakken. Op dat moment stopt er een Canadees bij mij en vraagt of alles OK is. Nou nee, zeg ik, ik heb geen reserebandjes meer, al drie keer eerder lek gereden. Oh jammer, ik zou je graag helpen maar heb andere banden. Dat klopt, ik zie bij hem een vrij brede band op zijn wiel zitten. Een net passerende fietser wordt door hem aangeroepen en deze geeft mij een reservebandje. Dat vind ik echt wel tof, want onder deze weersomstandigheden is het risico van lek rijden gewoon groter. Maar ik pak het bandje dankbaar aan. Eerst moet ik nu het water uit de buitenband laten lopen alvorens het binnenbandje er in kan. Na het zelfde proces afgewerkt te hebben en voor mijn gevoel vele mnuten later ligt eindelijk de band er weer om. Pompen, rugzak weer op orde brengen en de fiets weer op. Inmiddels rijd ik weer zonder iets van het mooie Canada te zien. Mooie Canada kan ik rustig zeggen want later zijn wij hier met de camper nog eens langs gereden en het is hier prachtig. Zulke mooie bergtoppen, de rivier waar je regelmatig in de buurt bent. Maar nu is er niets van te zien. Alleen maar langs jakkerende vrachtwgens die je telkens nog eens een extra douche geven. Nog een kilometer of vijftien naar Valemount.
En dan eindelijk klaart het even op. Erg fijn want Valemount is heel leuk om binnen te rijden. Wanneer je van de Highway afkomt rijd je door een grote poort alsof je een ranch binnen rijdt. De organisatie heeft ook hier borden staan om de richting aan te geven en dat is heel fijn. Zeker voor mij want dan hoef ik niet steeds mijn papier tevoorschijn te halen. Als ik bijna bij het controlestation ben moet ik een spoorwegovergang over en alsof fe duivel er mee speelt, er komt net een trein aan. Het is ook nu een lange, zo lang zelfs dat op het moment dat deze een passagier moet oppikken het laatste gedeelte over de overweg blijft staan. Het is één van de toeristentreinen die met een panoramarijtuig rijden en waar je voor veel geld langs de mooiste plekjes in de mountains komt. Maar ook dit gaat voorbij en arriveer ik om 13.52 in Valemount.

c valemount

Ik vraag aan een vrijwilliger of deze een fietsenzaak in de buurt weet waar ik een fietsbandjes kan kopen. En gelukkig, deze is er. Ik word ook aangesproken door een rijder die zegt mij een reserevebandje te hebben gegeven. Ik bedank hem nog eens uitbunddig en vertel dat ik zo dadelijk bandjes zal gaan kopen.
Het lijkt hier wel een scheepsramp. Velen zitten er aan de tafel met een deken om zich heen om weer wat bij te komen. Ik ben dankbaar dat ik ook een deken krijg. Later lees ik dat men hier door de plaatselijke reddingsdienst geholpen is met deze dekens.Na de inwendige mens versterkt te hebben zie ik Ben Schipper en Jos Versteeg staan. Ik hoor Ben ook praten met de vrijwilliger die ik ook heb aangesprokken, maar Ben communiceert in het Nederlands! Wat een toeval, kan ik zo dadelijk de weg naar die winkel in het Nederlands vragen. Gaat altijd makkelijker. Ik vraag een fietspomp en breng mijn banden voor en achter nog eens op spanning. Dan vraag ik aan de Nederlander om de weg naar de fietsenwinkel. Het blijkt een Nederlander te zijn die al jaren in Prins George woont en zelf ook brevetten in het noorden van British Columbia organiseert. Daar waar wij in Nederland verwend worden om binnen de honderd kilometer vanaf je huis een brevet te kunnen rijden. Is het voor deze mensen honderden kilometers rijden. Zeg maar vanuit Nunspeet een brevet in een plaatsje voorbij Parijs. Wij hebben het ook nog even over PBP 2007. Die heeft hij ook gereden, maar dit is volgens hem vele malen erger. Ik kan het alleen maar beamen.
Hij legt mij uit waar de winkel is en op weg naar de Highway kom ik er langs.

De winkel is gemakkelijk gevonden, maar helaas is deze dicht. Ik kan wel bellen en dan zal de eigenaar komen wanneer deze in de buurt is. Maar de wet van Murphy, ook met mijn mobiel kan ik al de hele tijd niets, geen bereik. Dus maar door fietsen en dan bij de volgende stop toch maar gaan plakken! Na een tiental kilometers komt er een kruising. De highway waar wij oprijden splitst zich in een weg naar Jasper en de ander gaat dan naar Prince George.Het is goed opletten als fietser zijnde. Want zoals bij elke afslag moet je als fietser de afslag oversteken en goed opletten dat er geen afslaande auto is die jou dan op zijn pad tegen komt. Maar ook dit gaat weer goed en algauw merk je dat je nu naar een hoogte van ruim 1.000 meter fietst. Het stijdingspercentage wordt hoger en de hellingen ook. Het houdt ook in dat je dan soms ook weer sneller daalt. Op gegeven moment zie ik links een paar fietsers de weg oversteken en bemerk ik dat er een plek is waar een restaurant o.i.d. is gevestigd. Zo vaak kom je niet iets tegen. Met het oog op de pas die ik in de nacht hoop over te steken, steek ik ook de weg over en koop bij een giftshop een fles cola voor de nacht en wat marsrepen.  (Later .merk ik dat hier het Visitor Centtrum van het Mount Robson Park is)

De anderen zijn inmiddels vertrokken en ik rijd er achteraan met de bedoeling om mij bij hen aan te sluiten. Het is nog steeds slecht weer. Aan de kant van de weg staan hier een daar borden in de vorm van een hand die naar links of rechgts wijst en waar de benaming van een bergtop staat met de hoogte van die berg. Maar er is door het slechte weer geen top te zien. Jammer genoeg rijden ze voor mij te langzaam en ik rijd in mijn eigen tempo langs hen heen.Ik weet niet hoe ver het nog is. Wij rijden nog steeds in het Mount Robson Park wanneer ik trek begin te krijgen. Ik heb nog wat boterhammen in min rugzak zitten en besluit deze eerst op te eten. Maar waar ga je even rustig zitten wanneer je op een highway rijd in de stromende regen en er in geen velden of wegen maar een gebouwtje of onderdak is te zien. Wacht even, ik zie opeens een klein bruin houten gebouwtje. Ik heb deze al vaker gezien onderweg en weet dat dit een openbaar toilet is. Een hokje voor zowel mannen als vrouwen waar een gat in de grond het toilet is, pot er op, hokje er omheen en voilà, ga je gang. Dat de lucht soms niet te harden is vergeet je wel. Daar heb ik dus even op de grond gezeten, in de hoop dat er geen auto zou stoppen en de binnnkomst van verbaasde Canadezen mij bij mijn maaltijd zouden storen. Op gegeven moment rijd ik het Mount Robson Park uit en direct het Jasper National Park in. Van de organisatie hebben we een ticket mee gekregen om door het park te mogen fietsen. En ja, na een aantal kilometers kom ik bij een afzetting van de highway waar iedereen dus een ticket moet kopen of laten zien om verder te kunnen reizen.
De dienstdoende dame heeft duidelijk medelijden met mij wanneer ik stop bij het loket. Nat en verkleumd dioe ik een poging om mijn rugzak van mijn rug te halen. Deelnemer aan de Rocky Mountaintocht vraagt zij mij. Ik knik en mag door rijden. Wel makkelijk zo'n nummer op je helm!

Het zwaartepunt van het klimwerk heb ik nu wel gehad. ik schat nog zo'n kilometer of vijftien naar Japer.Het begint al te schemeren en de regen valt hog steeds met bakken uit de lucht. Op deze hoogte is het ook al behoorlijk afgekoeld, ik schat het op een paar graden boven nul. Er zijn werkzaamheden geweest waardoor er heel slechte stukken in het fietsgedeelte zitten. Op gegeven moment rijd ik langs een bord waarop staat dat de volgende tien kilometer niet uit de auto gestapt mag worden in verband met beren. Caution! En daar fietsen we dan!

Ik rijd door de schemer een paar keer door een gat in het wegdek. En dat loopt catastrofaal af. Ik voel mijn voorband zachter worden. Wat nu? Je mag hier niet uitstappen, geldt dat ook voor afstappen? Maar dan moet ik wel stoppen. Ik wil niet stil blijven staan en loop door met de fiets aan de hand, onderwijl bij elke passerende auto mijn duim opstekend. Moet ik nu aan de kant van de weg mijn band gaan plakken? Ik voel er niets voor.Voor mijn gevoel heb ik al enkele kilometers gelopen en ik krijg het steeds kouder. Het lopen wordt steeds moeilijker, niet alleen door het lopen op raceschoentjes, maar de koude  eist zijn tol. Ik ril over mijn hele lichaam en heb het gevoel dat ik als een dronken man loop. Ik besluitt om toch maar stil te gaan staan. Ik moet de berm in en wil proberen mijn band wat op te pompen zodat ik verder kan fietsen.  Wanneer ik mijn ventiel open wil draaien wil dat bijna niet lukken met mijn koude vingers. Wanneer dit toch lukt schiet het hele ventiel uit de schacht. Het verkeerde uiteinde is los gegaan. Tussen het gras en de stenen is het niet terug te vinden en ik wil toch ook weer zo snel mogelijk de weg op. Dus maar weer lopen. Er passeren enkele andere fietsers, Iemand roept mij toe, nog twee kilometer! Op het moment dat ik het heb opgegeven dat er iemand mij mee neemt stopt er toch een auto. Het is een model met een grote zijdeur en drie banken. Mijn fiets gaat niet achterin. Daarop haalt de chauffeur het voorwiel eruit en samen met de fiets word ik op de tweede bank geschoven. Er zitten al een man of zeven in die auto. Nu nog uitleggen waar ik naar toe moet. Zij gaan ook naar Jasper. In Jasper probeer ik uit te leggen dat er borden staan met het opschrift RM 1200 die naar het controlestation wijzen. Maar ik leg het vast verkeerd uit, want zij begrijpen mij niet. Gelukkig zien ze een andere fietser rijden en gaan daar dan achter aan. Bij de controle aan gekomen komen er direct mensen van de organisatie helpen wanneer zij zien dat ik uit de auto word gehaald en mijn fiets volgt. Ik heb nog net net de tijd om de mensen te bedanken en dan word ik tussen twee mensen in naar binnen gebracht. Ik krijg direct een stoel en begin dan zo ontzettend te beven, het is niet meer te stoppen. Ik krijg dekens aangereikt en warm drinken. Men vraagt wat ik doe. 'Ik ga door", zeg ik. Hoeveel tijd heb ik hier? Het loopt inmiddels tegen half tien, dus ben ik nu een etmaal bezig en heb 445 kilometer afgelegd. Het mooiste moet nog komen. Het fietsen ging prima, maar ik moet banden plakken en eerst weer wat op verhaal komen. Het blijkt dat ik nog nog zo'n vijf uur over heb. Ik vraag of ik kan slapen, dat kan en ik wil dan vier uur gaan slapen. Dan heb ik daarna nog tijd om twee banden te plakken en dan kan ik weer op pad. Gezien mijn fietstempo denk ik dan wel weer tijd in te lopen. Het slaapgebouwtje is elders, weer tussen twee man daar naar toe gedragen. Met natte kleren aan onder een deken, dat ligt ook niet lekker. En natuurlijk wanneer je net ligt moet je plassen. Dus maar weer op en het toilet zoeken om daarna weer hevig rillend onder die deken te kriuipen. Dit overkomt mij nog een keer. Toch slaap ik wel want na vier uur word ik gewekt. het is twee uur. Ik probeer op te staan en wil de accu van mijn hoofdlamp pakken die naast mij ligt. Pas bij de derde keer lukt mij dit. Maar dit zet mij wel aan het denken. Mijn spierbeheersing is niet onder controle. ik moet stoppen! En dit vertel ik dan ook aan de organisatie. Ik krijg weer een stoel en twee dekens om wat warm te blijven. Zodra ik die dekens af heb begint gelijk het rillen weer. Behoorlijke onderkoeling dus. Op gegeven moment zie ik Ben Schippers en Jos Versteeg die zich gereed maken om weer verder te gaan. Wij praten even met elkaar en het blijkt dat Ben ook stevig tegen stoppen heeft gezeten, maar een telefoontje met zijn zoon heeft hem weer anders doen beslissen. En daar heeft hij achteraf geen spijt van gehad.

Later op de ochtend zie ik opeens nog een oranjeshirt voor mij zitten. Cor van Leeuwen is ook hier gestopt. Hij heeft het ook niet makkelijk gehad in de stromende regen en daar ook nog eens een wolkbreuk bij gehad die het onmogelijk maakte om de weg nog goed te zien. Met een passerende auto van de organisatie is Cor naar Jasper gekomen. Wanneer hij kontakt heeft met zijn familie die met een camper in Golden staan, hoort hij dat zij hem komen ophalen.

c cor

Voor mij rest een tocht met de Greyhound bus terug naar Kamloops.

c greyhound

Aangekomen in Kamloops hoor ik dat ik kan douchen bij judge Richard die zijn huis boven in de bergen van Kamloops heeft. Omdat een douche toch wel lonkt gaan we samen in de camper daar naar toe. Het is makkelijk te vinden, maar we moeten wel over een heel steile smalle weg. Maar opeens een bord van RM 1200 controle bij een mooie bungalow met een pracht van een tuin. Het blijkt dat judge Richard zelf ook heeft mee gedaan, maar al op weg naar Jasper heeft opgegeven. Bij de opgevers die met mij in de bus terug zaten zat ook Richard Holt, één van de organisatoren. Zijn vrouw Ali heb ik nog uit Jasper zien vertrekken, zeven minuten voor het verstrijken van de tijd.
Na een heerlijke douche hebben we nog een heel gezellige avond. Er worden allerlei hapjes gehaald en een paar pizza's en de sterke verhalen maken dat er veel gelachen wordt.

c bij richard

links 'judge' Richard en rechts Richard Holt.

c winnaar

De andere dag, we hebben de camper naast het curlingcentrum staan, horen we tot onze verbijstering dat de eerste inmiddels al is gearriveerd. Hij zit er bij alsof hij nog moet starten. Menigeen zal meewarig lachen wanneer men zijn fiets ziet. Nog gewoon een oud stalen ros, met twee bladen voor en verder ook geen tierelantijnen.

c fiets winnaar

's Avonds ariiveren pas de volgende twee. Op donderdagavond zijn we dan nog naar de after party geweest. Ik heb daar nog gesproken met Jos en Ben, die beiden inmiddels al weer helemaal het mannetjje waren. Hoewel Ben het klimmen wel zwaar was gevallen zei hij toch ook dat de eerste 24 uur het slechts waren geweest.

Nou, bij goede gezondheid moet ik het dan maar over vier jaar overdoen!

Vermeldenswaard is ook nog dat er 50 uitvallers van de 112 waren. Dit aantal is meer dan in alle voorgaande edities samen. En ook alle vijftig zijn in de eerste 24 uur afgestapt.


Tip voor de mensen die het over vier jaar ook willen proberen. Zeker doen, het is een mooie rit maar het vergt goede concentratie. De fietspaden zijn niet zoals hier. Ergo, er zijn geen fietspaden. Je fiets constant op de highway, met soms een meter ruimte, soms 15 centimeter ruimte en soms geen ruimte. Daarbij zijn er goede stukken wegdek en slechte stukken wegdek waar ook nog eens veel steenslag op de weg ligt. Maar alleen al voor de vele mooie vergezichten (met mooi weer :-)) is dit zeker de moeite van deelname waard.











 

Laatst aangepast (vrijdag 21 september 2012 21:08)