LTD 6

De Alpen

Van twee uurtjes slaap kikker je toch weer helemaal op. Ik kan mij tenminste niet herinneren dat het op dit moment al problemen gaf. De temperatuur is nu ook weer goed, al vertrek ik wel met beenstukken, maar in de loop van de dag hoop ik toch wel van de zon te gaan genieten.

Na anderhalf tot twee uur fietsen zit de eerste 1000 kilometer er op. Geeft nog niet zo’n hallelujah gevoel. Dat heb ik meestal pas als ik over de helft ben. Gek, je wilt graag zo’n lange tocht rijden, in dit geval leg je jezelf zelfs een wedstrijd op, en dan ga je op de helft weer aftellen. Rare mensen, die ultra-fietsers.

In de vroege schemerochtend rijden we langs Annecy. Mij ook nog bekend van een vroegere vakantie en ook nu herinner ik mij delen van de weg. Ik heb toendertijd bijna elke dag wel om het meer gereden en kijk nu uit naar het punt waar vandaan de parasailers springen.
Helaas kan ik dat niet terug vinden.

http://www.joopvanbeek.nl/Foto%27s%20onderweg/joop%20onderweg.jpg

Onderweg

Nog zo’n twintig kilometer en dan ronden we weer een time-station. Nu nummer 10, Vallières. Op 50 kilometer wacht nu de eerste Alpen Col, de Col de Fréne. Met een hoogte van 950 meter geen kleintje, maar op papier lijkt het niet zo’n moeilijke. In de vijftig kilometer die gaan komen moet ik 850 hoogtemeters overbruggen en op de Col de Fréne zit ik op 950 hoogtemeters. Dat houdt in dat ik voor de beklimming van De Fréne maar 100 hoogtemeters hoef te overbruggen.Als ik de rest van het routeboek moet geloven dan zijn de komende kilometers tot aan het volgende time-station helemaal vlak. Want het totaal bij time-station 11, La Bathie, is ook 950 hoogtemeters. Maar ik kan mij niet echt een vlakke weg herinneren. Dan zal het nu tussen timestation 11 en 13, La Bathie en Briancon gaan gebeuren. Daar wachten de reuzen  en zullen ze medelijden hebben met dat fietsertje uit Nunspeet? Welgemoed ga ik weer op pad.

Het is mij de laatste dag ook wel gebleken dat ik niet verder achterop raak bij Maarten en zelfs Robert Kish loopt niet echt weg. Maarten kom ik zo af en toe zelfs tegen of zijn begeleidingsgroep zie ik onder weg. Ook dat geeft de burger moed. Is trouwens ook wel leuk, steeds even ‘bekenden‘  te zien. Vanaf La Bathie naar de voet van de Col De Madeleine is zo’n 11 kilometer en daarna gaat het vijf en twintig kilometer omhoog om in dat gedeelte ruim 1500 hoogtemeters onder de wielen door te krijgen. Wij hebben in de korte gesprekken die wij in de auto voerden de verzetten al eens ter sprake gebracht en de meesten vinden dat ik toch wel wat zwaar zit. Zeker in vergelijking met Maarten, als wij die weer eens zien rijden dan valt het verschil erg op. Zo veel souplesse als Maarten heeft. Je kunt goed zien dat hij in de afgelopen periode veel in de bergen heeft getraind.

Toen ik van Londen-Edinburgh-Londen kwam was ik er van overtuigd dat ik het goede verzet had. 30 tandjes als kleinste blad en achter 25. Deze laatste wilde ik nog wijzigen in 27. Toch hebben enkele gesprekken mij doen besluiten om met een 34 als kleinste blad te rijden en mijn 39 te wijzigen in 42. Achter bleef 25 de 25.

Tot nu toe had ik ook niet het gevoel dat het niet goed ging. Ik moet al wel vaker naar de 34 dan ik gewoon ben, maar ik ben nu eenmaal gewend om wat zwaarder te klimmen.
Maar dan komt het , DE MADELEINE!

Inmiddels zit ik weer op zo’n 500 meter hoogte en begint de klim. Al gauw merk ik dat dit een zware klus gaat worden. Op sommige delen krijg ik mijn verzet 34 x 23 bijna niet rond. De 25 laat ik zitten voor ‘noodgevallen’. Het is werkelijk werken, zwoegen en om in wielertermen te blijven ‘harken’. Mijn gedachten nemen allerlei rare vormen aan. Dit houd ik niet vol, hier sla ik mij niet doorheen.

De camper is vooruit gereden en op gegeven moment zie ik hem halverwege de berg tegen de wand aan geplakt staan. Zo ziet het er tenminste op afstand uit. Naarmate de vorm duidelijker wordt en ik echt in de gaten krijg dat het onze camper is, zinkt me de moed in de schoenen. Ver voor mij uit zie ik een haarspeldbocht en halverwege het gedeelte van de weg welke ik dan tegen de berg geplakt zie staat dus de camper. Staat!, het lijkt mij meer dat ie opgekrikt staat. Hij staat zo schuin opgericht dat ik denk ‘dat haal ik niet meer’ en subiet knijp ik in mijn remmen. Hier hoef ik niet veel over na te denken en ik denk dat ik in het voorgaande deel eigenlijk al mijn beslissing had genomen. Tegen de toegesnelde teamleden (ik denk Peter, Chris en Ad, maar daar ben ik niet zeker van) zeg ik “Ik wil een ander voorblad, de dertig, en anders stop ik er subiet mee” Ik heb ook de stellige overtuiging dat het mij met dit verzet niet lukt. Peter gaat aan het sleutelen en zet er de dertig op en tevens zet hij er zijn reservewiel in waarop ook nog een zevenentwintig zit. Heb ik achter ook wat meer armslag.

Dan stap ik weer op en wordt aangeduwd en weer op weg. Het gaat gelijk een stuk beter, niet veel sneller maar ik hoef wat minder macht te gebruiken. Ik kijk niet te veel naar de camper maar houd mijn blik gericht op de plek waar de haarspeld zich bevindt. Na deze ronding krijg ik de camper weer in beeld en heb gelijk het gevoel van ’oh, toch niet zo erg dan dat het leek”. En ik neem mij gelijk voor mij niet weer door beelden te laten afschrikken maar gewoon rijden en zien wat ik tegen kom.

Het is een ellenlange klim, maar als je dan boven bent is het toch wel even kicken. Toch maar weer gehaald en daar hoor ik dat Maarten ook net een half uur voor mijn aankomst is vertrokken. Nou, dan hebben wij ook wel even tijd om een foto bij het bord van De Madeleine te maken. Immers, we komen hier ook niet elke dag! En een bewijsstukje voor later  om aan te geven dat ik daar echt op de fiets ben geweest is ook nooit weg. Die Booy heeft het er nu al over dat wij over een poosje in het bejaardenhuis mooi onze plakboeken aan die andere oudjes kunnen laten zien. Misschien kunnen we er nu wel dia-voorstelling van maken.
Inmiddels heb ik dus vijfendertig kilometer afgelegd in dit gedeelte tussen twee timestations. En maar liefst 3005 hoogtemeters.


alt

Eindelijk op de top van de Madeleine!

alt

En weer verder

Goed, weer op de fiets en nu zal ik ze gelijk een poepje laten ruiken. Dit leek mij het mooiste van de hele wedstrijd. De afdalingen. Als ik ergens tijd kan pakken dan is het hier.En als een speer ga ik naar beneden. De pacecar is al gauw nergens meer te bekennen. Ik heb al heel lang geen echte afdaling meer gedaan maar ben toch al weer gauw aardig vertrouwd met de techniek. Het probleem is hier wel dat je achter elke bocht verkeer kunt verwachten en dat is iets waar je constant rekening mee moet houden. Dit gegeven remt toch ook wel wat de snelheid.
Wanneer er ongeveer driekwart van de afdaling op zit en ik net met een behoorlijke snelheid uit een haarspeldbocht kom hoor ik een ‘flut’geluid en vrijwel direct is mijn voorband leeg.
Ik rem, en weet mijn fiets goed onder controle te houden maar kan niet voorkomen dat ik op de linkerkant van de weg beland. Gelukkig geen tegenliggers en ik kom met veel moeite tot stilstand. Direct haal ik het voorwiel er uit, gloeiend heet, en sta als een echte prof met mijn voorwiel omhoog te wachten tot de pacecar komt.

Dit lijkt wel minuten te duren. Maar eindelijk komt ie om de bocht en gauw gestopt. Alweer weet ik niet meer wie er op dat moment in zaten, maar een wiel werd gauw aangeleverd. Waar ik nu nog steeds om moet lachen is het feit dat het een lege band betrof en er gauw de fietspomp aan te pas moest komen om de band op spanning te brengen. Of ik het op dat moment ook leuk vond betwijfel ik.

Maar dit soort situaties brengen minder stress dan een wedstrijd over een korte afstand. Dan is het van veel meer belang en telt elke seconde. Ik word weer op gang geduwd en vervolg mijn afdaling. Beneden aangekomen rijd ik nog een poosje alleen tot de pacecar weer komt aansluiten. En even later is de camper ook weer aangesloten.

Op nu naar Col De Glandon. Wat mij nu opvalt is dat ik na de afdaling al weer gauw ben vergeten hoe zwaar het was en hoe verschrikkelijk ik heb moeten afzien op De Madeleine. En in dit vrijwel vlakke gedeelte op weg naar de volgende Col geniet ik alweer van het fietsen. Het is inmiddels heerlijk weer met een lekkere temperatuur. Dus wat wil je nog meer? Op weg naar De Glandon pas ik mijn kleding wat meer aan op de verwachte warme momenten. Ik kan erg goed tegen de warmte en vind het heerlijk om met een wat hogere temperatuur te fietsen. Mijn aangepaste kleding ontlokt Henk Jan wel de volgende opmerking door te zeggen ‘Wat moet je met zo’n shirt, dat is toch niets voor iemand van jouw leeftijd!’
Ja, tijden veranderen, maar ik ben wel blij dat ik ook zo’n shirt in het kledingpakket heb opgenomen. Thuis heb ik er ook al verschillende malen in gereden en met veel plezier. De ge-eikte wielermouwtjes op de armen zijn zo verdwenen en  zie je er wat meer als een normaal mens uit. Een klein beetje ijdelheid kan geen kwaad.

Goed, ik maak mij op om de Col De Glandon op te fietsen. Klimmen is het eigenlijk want soms voel ik mij een echte bergbeklimmer. Het mankeert er maar aan of ik moet mij met een touw omhoog trekken. Ook nu zijn er weer gedeelten waar het zo steil is dat het tempo zo schrikbarend laag is dat ik nog net niet omval. Het laatset gedeelte is zo steil dat Ad (was met de camper al naar de top gereden) mij te voet tegemoet komt en aanmoedigend met mij oploopt. Boven aangekomen ben ik direct weer vergeten hoe zwaar het was en bereid ik mij al weer voor op de afdaling. Wel zie ik nu in het routeboek dat ik er dan al weer 1400 hoogtemeters bij heb.

alt

Poehee, wat een bult!

alt

Nog een klein stukje, en al weer een top gehaald!

Maar dit is het nog niet voor vandaag. Op naar bekend terrein. De Alpe D’Huez.

Eind jaren zeventig zijn wij hier op vakantie geweest. Wij hebben toen met onze camper (Hy-tje)  een dag of tien in Bourg D’Oisans gestaan en toen heb ik Alpe D’Huez ook enkele malen beklommen. Dat was in de periode dat ik nog wedstrijden bij de toenmalige Amateurs (nu Elite) reed en met mijn verzet 45 x 19 een tijd neerzette die 2 minuten langer was dan die van Joachim Agostinho, die enkele dagen later hier de etappe in de Ronde van Frankrijk won. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat Agostinho al over enkele bulten was gereden voor hij in Bourg D’Oisans aankwam en ik ontspannen vanaf de camping de beklimming deed.
Begonnen aan de klim reden een drietal Spanjaarden mij voorbij, die door Ad geattendeerd werden op mijn deelname aan LTD en zo nog enkele woorden wisselden waarvan ik niets begreep maar wel dat zij mij veel succes toewensten. Enkele bochten later kwam ik ze alweer tegemoet, toen vonden zij het alweer welletjes en gingen alweer naar beneden. Mij met alle komende bochten achterlatend.

alt

Op weg naar Alpe d'Huez.

Tegenwoordig heeft elke bocht een naam van een winnaar van één der etappes die op Alpe D’Huez is geëindigd. Kolfje naar de hand van Ad want hij informeerde mij telkens weer in welke bocht ik zat en daar waren heel veel namen van Nederlandse winnaars bij. Wat mij opviel was dat vooral aan de voet van de berg het dorp Bourg D’Oisans erg was veranderd. Tot aan de eerste bocht was nu de Municipal uitgebreid, terwijl het hier vroeger redelijk ongerept was. Het toerisme heeft hier volledig toegeslagen.

Onderweg ook langs het plekje van Greetje haar zonnesteek gekomen. Toen wij hier met vakantie waren hebben wij twee dagen Tour de France meegemaakt die in volledige hitte werden afgewerkt en twee dagen in de hitte halverwege de berg werden Greetje te veel en zij moest dat bekopen met een zonnesteek. Het leuke aan deze beklimming is wel dat je de bochten af kunt tellen. En gelukkig weet ik dat op het moment dat je denkt dat je er bent, je nog behoorlijk moet klimmen om in het dorp te geraken. In één van de laatste bochten staat dan een beroepsfotograaf, die foto’s maakt van een ieder die hier passeert en waar je later in de winkel of vanaf de site de foto’s kunt bestellen die hij heeft geschoten. Het zal je werk maar zijn!

Boven aangekomen even een korte stop op een parkeerplaats en dan op naar de afdaling. De afdaling vindt nu plaats op het achtergedeelte. Niet bekend bij de grote massa en eigenlijk ook ongeschikt. Vooral de campers wordt verboden via deze weg af te dalen maar voor de pacecar is het eigenlijk ook een slechte weg. Zelfs voor de fietsers. Onderweg kom ik ook over de Col de Sarenne, maar daar merk  ik niet veel van omdat het voor het grootste gedeelte afdaling is en maar een aantal kilometers klimmen. Het klimmen is hier meer vals plat oprijden. Maar dan komt er een afdaling van ruim 12 %. Hierbij is het het ergste dat het wegdek verschrikkelijk slecht is. Je kunt eigenlijk maar een korte strook van het weggedeelte gebruiken en moet dan ook heel geconcentreerd naar beneden gaan. Ik ben blij dat ik hier met daglicht naar beneden ga.Toch rijd ik op dit gedeelte twee maal lek en het ergste van alles is dat er regelmatig een uitholling is waarin het water wordt afgevoerd. Hierbij rijdt je dan door een uitholling in V-vorm die is uitgevoerd in natuursteen. Dus heel erg hobbelig en heel erg glad. Inmiddels regent het ook licht en dat maakt het allemaal een stuk gevaarlijker.

Eindelijk kom ik aan het eind van de afdaling in Clavans en word voordat ik links afsla richting de Col de Lautaret aangeroepen door een renner van Team Profile. Ik weet niet wie dat was maar vind het wel leuk dat hij mij roept, anders had ik ze niet eens opgemerkt. In de loop van de dag waren er meerdere teams mij gepasseerd, waarbij vooral de Tsjechen indruk maakten. Zij lagen uren voor op de andere teams en gingen mij met behoorlijk wat snelheid voorbij. De Braziliaanse teams reden wat langer in mijn nabijheid waarbij het opviel dat zij zo vaak wisselden. Bij het passeren van mij bleek dat zij wisselden indien het wegdek klom of afliep. Zo heb ik een drietal wisselingen van hen meegemaakt waarbij de klimmer de slingertechniek gebruikte door steeds het wegdek van links naar rechts te gebruiken.
En wat ook heel hartverwarmend was, was het enthousiasme waarmee zij mij aanmoedigden. Daar sprak echt respect en waardering uit. Leuk om dat te ervaren.

Ondertussen was ik dus aan de beklimming van de Col de Lautaret gekomen. Hier werd het ook verschrikkelijk weer. Het lichte regentje was al lang vervangen door een fikse regenbui die maar aanhield. Ook de Lautaret had ik in mijn goede tijd al eens beklommen en daarom wist ik dat er nu een aantal tunnels zouden komen. Wat ik van toen wist dat het wegdek in deze tunnels heel erg slecht was en ik veel gaten kon verwachten. Ik hoopte maar dat het licht van de auto mij vroegtijdig op deze gaten zou wijzen zodat ik goed kon reageren en er niet teveel schade (lekke banden) zou ontstaan. Maar de Fransen hadden goed werk verricht. Het wegdek was over het algemeen vrij goed en sommige tunnels waren nu ook verlicht.

Wat ik niet zo prettig vond was het feit dat de camper een plek zou opzoeken waar ik een grote stop zou kunnen maken. Uiteindelijk is men op een plek gaan staan die veel verder lag dan waar ik op gerekend had en daar werd ik echt gedeprimeerd van. Ik had mij er op ingesteld kort te klimmen en dan te rusten  om na de rust De Lautaret verder af te werken en op te rijden naar D’Izoard. Hier was ik niet blij mee en ik vind dat nog steeds een verkeerde beslissing omdat bij mij het tempo er nu helemaal uitraakte. Ik kon mij niet meer oppeppen om die extra kilometers te rijden. En eindelijk stond de camper dan aan de kant. Ik heb toen ook aangegeven dat ik een extra uur wilde rusten.

De dag was mij niet in de koude kleren gaan zitten en zelfs nu besef ik pas goed dat ik die dag drie Cols van de buitencategorie had beklommen en nu weer met een Col van de eerste categorie bezig was die in hoogte nog weer ver boven de vorige Cols uitstak en mij in de vroege ochtend nog een Col van de buitencategorie wachtte.

Na mijn uitgebreide rust (drie uur slaap) ben ik weer opgestapt om De Lautaret verder af te werken. Ik weet niet meer of het inmiddels al weer droog was geworden. Ik denk het wel maar het was nu in de nacht en met de vroege ochtend voor de boeg wel koud geworden en moest ik wat extra kleding en handschoenen aan doen.

Van De Lautaret kan ik mij niet veel herinneren. Werd voornamelijk op de automatische piloot gedaan en ik weet alleen nog dat het donker was en heel lang. Maar uiteindelijk ben ik hier ook boven gekomen en kon de afdaling naar Briancon beginnen. Dat was het volgende timestation en had ik op dit gedeelte weer 2560 hoogtemeters afgewerkt.

Nu kon ik richting Col D’Izoard gaan en na twee kilometer werd de klim een feit en kon ik mij in twintig kilometer weer 2368 meters omhoog trekken. Of het het feit was dat deze Col in de vroege ochtend werd genomen of dat ik de Cols zo langzamerhand zat begon te worden weet ik niet maar van deze beklimming weet ik mij niet veel te herinneren. Weet niet eens of er nog boven gestopt is om een foto te nemen. Ik denk het eigenlijk niet dus men moet maar aannemen dat ik wel degelijk boven ben geweest. Hetgeen mij het meest interesseerde was het feit dat de Alpen er nu opzaten. Nu was dit natuurlijk niet direct op de Col D’Izoard maar in de honderd kilometer die nu volgden op weg naar het timestation in Tallard was dat wel het geval.

En in die laatste honderd kilometer hoefde ik maar een goede zeshonderd hoogtemeters te overwinnen, dus dit viel erg mee.

Tot ziens Alpen, ik ga op weg naar de Mont Ventoux!

 

Laatst aangepast (donderdag 18 oktober 2012 20:12)